Waarom ik tijdens mijn coaching lange wandelingen verkies boven een spreekkamer

Mark Popken • 13 juli 2021

Wandelen doet wat met je!

Wandelen tijdens coaching

Waarom is een lange wandeling veel effectiever dan een gesprek van 45 minuten in een spreekkamer?


Wandelen maakt ons creatiever. In onze maatschappij overbelasten we ons cognitieve brein continu. Momenten van rust zijn er nauwelijks waarbij ons werk, onze smartphone, gepieker, ons sociale leven, Netflix etc. veel van onze aandacht opeisen.  


Als we wandelen, laten we die die druk letterlijk van ons af vallen en krijgt ons brein rust, borrelen er weer ideeën en gaat de creativiteit weer stromen.


Misschien herken je het wel: Je loopt de hele dag al met een lastig vraagstuk rond waarbij je maar niet tot de oplossing komt. Na een ontspannen wandeling lijkt het antwoord in een keer spontaan op te ploppen. Dit heeft te maken met het 'default mode netwerk' van het brein.

Dit default mode netwerkt wordt geactiveerd wanneer het brein ontspant.

Ondanks dat je niet meer actief met het vraagstuk bezig bent, werkt je brein op de achtergrond door aan een oplossing.


Daarnaast kom je tijdens een wandeling veel makkelijker in diepere gesprekslagen. Dit heeft te maken met bepaalde verbindingen tussen de frontale en de temporale hersenkwab die de fasciculus uncinatus genoemd wordt. Dit deel van je brein maakt onder andere empathie aan, wat ervoor zorgt dat je nog invoelende wordt en je sneller een band met de ander ontwikkelt.


'Je praat makkelijker over moeilijke onderwerpen'


Tijdens een wandeling in de natuur hangt er geen klok aan de muur die vaak belemmerd dat je de diepte in gaat. Tijdens een wandeling trek je er samen op uit en heb je echt tijd voor elkaar.


Wandelen is ideaal voor het voeren van 'moeilijkere' gesprekken doordat wandelen de prefrontale cortex in de hersenen activeert. In je brein ontstaat hier zelfreflectie en redenerend vermogen. Tel daar het feit bij op dat wandelen stressverlagend is, en je hebt een mooie basis voor een diepgaand gesprek.


'Wandelen maakt alert'


Wandelen maakt ons alerter. Iedereen kent dat moment wel: De middagdip! We rennen rond een uur of 16:00 massaal naar het koffieautomaat om de dufheid tegen te gaan en de laatste uurtjes door te komen. Ondertussen zakken je oogleden na een half uurtje weer verder in en zou je het liefst niks meer doen. Dit zijn tekenen dat je hersenstam op een laag niveau functioneert. Als je jezelf er dan toe zet om een wandeling te maken zal je merken dat de dufheid binnen een mum van tijd verdwenen is!


door Mark Popken • 28 oktober 2026
Hoeveel direct daglicht heb jij vandaag gekregen? Afgelopen weekend is de klok weer een uur teruggezet. De dagen worden korter en voor we het weten, brengen de meesten van ons bijna de hele dag binnen door. We staan op in het donker, werken onder ledverlichting en rijden aan het einde van de middag alweer in het donker naar huis. Daglicht doet veel meer dan alleen vitamine D aanmaken. Het is één van de krachtigste biologische signalen die je lichaam dagelijks ontvangt en activeert. Vrijwel elk systeem in je lichaam reageert erop. 1. Het zet je biologische klok gelijk Licht dat via je ogen binnenkomt geeft je hersenen informatie over het tijdstip van de dag. Voldoende daglicht in de ochtend: Verhoogt alertheid Onderdrukt melatonine (het slaaphormoon) Verbetert je energie overdag Helpt je 's avonds makkelijker in slaap vallen Mensen die weinig daglicht krijgen hebben vaak meer last van vermoeidheid, een verstoord slaapritme en een "wattig" gevoel in het hoofd. 2. Het ondersteunt je energieproductie In zonlicht zit veel near-infrared (NIR) licht. Onderzoek laat zien dat NIR invloed heeft op de mitochondriën, dat zijn die kleine energiecentrales die in je cellen zit. Dit ondersteund de productie van ATP, de energievaluta van het lichaam. Je kunt het vergelijken met het opladen van de batterij van je cellen. 3. Het beïnvloedt je stemming Daglicht stimuleert de aanmaak van neurotransmitters zoals serotonine. Serotonine speelt een belangrijke rol bij: Geluksgevoel Motivatie Concentratie Emotionele stabiliteit Dit is één van de redenen waarom veel mensen zich in de donkere wintermaanden somberder voelen. 4. Het ondersteunt herstel en gezondheid Verschillende vormen van licht uit zonlicht worden in verband gebracht met: Sneller wondherstel Vermindering van ontstekingen Betere doorbloeding Ondersteuning van het immuunsysteem Minder pijnklachten Daarom wordt rood en near-infrared licht tegenwoordig ook therapeutisch ingezet in zogenaamde photobiomodulation-behandelingen. 5. Het helpt bij sportprestaties en herstel Atleten gebruiken steeds vaker rood- en NIR-licht om: Spierschade te beperken Hersteltijd te verkorten Spierfunctie te ondersteunen Trainingsbelasting beter aan te kunnen De zon levert dit spectrum van nature gratis. 6. Het is een evolutionair signaal De mens ontwikkelde en evolueerde zich honderdduizenden jaren buiten. Onze biologie verwacht: Zonlicht overdag Duisternis in de avond Seizoensveranderingen Een volledig lichtspectrum Vandaag leven we grotendeels onder kunstlicht, achter glas en binnen tussen muren en onder een dak. Onze omgeving lijkt modern, maar voor onze cellen ontbreekt een groot deel van de informatie waarop ze zijn afgestemd.
Herstel van een burn-out
door Mark Popken • 29 september 2026
Herstel van een burn-out begint in het zenuwstelsel: waarom echte verandering pas mogelijk is als je eerst tot rust komt.
door Mark Popken • 16 september 2026
Het zit in de genen! Of staat het in de koelkast? “Het zit in de familie.” “Het is genetisch bepaald.” “Mijn vader had het ook” In mijn praktijk en om mij heen hoor ik deze uitspraken steeds vaker. Vooral van mensen die inmiddels de 40 zijn gepasseerd en die langzaam tegen hun eerste gezondheidsproblemen aanlopen. Een beginnende vorm van diabetes. Hoge bloeddruk. Darmklachten. Stressklachten. Gewrichtsproblemen. Artrose. Concentratieproblemen. Slaapproblemen. Huidproblemen. Overgewicht. Vermoeidheid. En zodra iemand vraagt hoe dat komt, ligt het antwoord vaak al klaar: “Ja, het zit in de familie.” Dit kan misschien zo zijn, maar daarmee is er nog geen verklaring gegeven dat de persoon in kwestie hier ook last van krijgt. Genen zijn geen vonnis Natuurlijk spelen genen een rol. De één heeft meer aanleg voor diabetes, de ander voor hart- en vaatziekten, weer een ander voor darm- of gewrichtsproblemen. Maar aanleg is iets anders dan dat iemands lot of gezondheid in de toekomst al vaststaat. Je kunt genetische aanleg hebben zonder ooit de aandoening te ontwikkelen. En precies daar wordt het interessant. Want wat gebeurt er als iemand met een bepaalde aanleg vervolgens jarenlang: Nauwelijks beweegt. Veel en vaak alcohol drinkt. Acht uur per dag zit. Weinig daglicht krijgt. Wel 10-30 eetmomenten per dag heeft. Sterk bewerkt voedsel eet. Een zwaar tekort aan vitamines, mineralen en nutriënten tot zich neemt. Structureel te weinig slaapt. Voortdurend onder mentale druk staat. En ondertussen steeds meer kilo’s aankomt? Etc. Is het dan logisch om alles onder het kopje “genetisch bepaald” te schuiven? De familie geeft veel meer door dan alleen DNA. Families geven namelijk niet alleen de genen genen, ze geven ook gewoontes en leefstijl door. Een vader die weinig beweegt, krijgt vaak een kind dat weinig bewegen normaal vindt. Een gezin waar elke avond alcohol op tafel staat, maakt van alcohol een normale dagelijkse gewoonte. Een huishouden waar groente en onbewerkte voeding nauwelijks voorkomen, geeft niet alleen DNA door, maar ook een slecht voedingspatroon. En een gezin dat leeft achter schermen, geeft zittend gedrag door als vanzelfsprekend. Wat we “familie” noemen, is dus deels genetica, maar deels ook gedrag dat generaties lang wordt doorgegeven.
Bekijk meer Blogs