Je bent uitgerust na de vakantie. Waarom voelt werken dan ineens zo zwaar?

Mark Popken • 31 augustus 2026

Je bent uitgerust na de vakantie. Waarom voelt werken dan ineens zo zwaar?


Drie weken geleden was ik nog in Zuid Spanje. Bijna 3 weken lang geen wekker en een heerlijk nieuw ochtendritueel. Rustig opstaan, een licht ontbijtje, baantjes trekken in het zwembad, opdrogen in het ochtendzonnetje en daarna een heerlijk bakkie koffie.

Geen volle agenda, geen deadlines en eindelijk tijd om rustig wakker te worden.

Je slaapt beter, beweegt meer, bent meer in de buitenlucht en denkt: dit had ik nodig.


En dan begint het werkende leven weer. Op de zondagmiddag voel je je al iets onrustiger worden en begint je brein alweer in de ‘werkmodus’ te komen. Op de maandag sta je vroeg op, een gehaast ontbijtje en snel in de ochtendspits naar kantoor.


Je opent je laptop en ziet 147 ongelezen e-mails. Je agenda staat vol, collega’s hebben vragen en de eerste deadlines dienen zich alweer aan.


En ineens denk je: “Hoe kan het dat ik me na drie weken vakantie alweer zo opgejaagd voel?”


Van ontspanning naar ‘aan’ staan


Tijdens je vakantie krijgt je lichaam vaak iets wat het in het dagelijks leven te weinig krijgt: rust en herstel. Minder verplichtingen, minder prikkels, minder schakelen en meer tijd voor bewegen, buiten zijn en slapen. Je zenuwstelsel krijgt daardoor de kans om uit de constante actiestand te komen. Maar na de vakantie kan die omschakeling razendsnel gaan.


Van: “Wat zullen we vandaag eens gaan doen?”

Naar: “Wat moet er vandaag allemaal gebeuren?”


E-mails, vergaderingen, telefoontjes, deadlines en voortdurend schakelen. Je brein staat weer volop ‘aan’.


Burn-oun......langzaam raak je uitgeput

Van 0 naar 100


Veel mensen proberen in de eerste werkweek meteen alle achterstand weg te werken.

Inbox leeg, bijpraten met iedereen, agenda vol en alles weer tegelijk oppakken. Denk ook aan alle sociale dingen die direct weer ‘moeten’ zoals sporten, vrienden en familie even weer zien, etentjes inplannen etc.


Maar als je lichaam net drie weken heeft kunnen herstellen, is van 0 naar 100 misschien niet de beste manier om weer te beginnen.


Zie je eerste werkweek/weken liever als een landingsweek.


* Begin met wat écht belangrijk is.

* Plan niet meteen je hele agenda vol.

* Neem regelmatig een korte pauze.

* Ga naar buiten en beweeg.

* Houd je telefoon niet voortdurend bij de hand.

* En probeer vooral niet alles tegelijk te doen.


Neem je vakantie mee naar je werk


Misschien is dit wel de belangrijkste vraag na je vakantie: Wat wil je van je vakantie meenemen naar je werk?


  • Meer rust?
  • Meer bewegen?
  • Beter slapen?
  • Minder op je telefoon?
  • Meer tijd voor jezelf?


Want vakantie kan je laten voelen hoe je lichaam functioneert als het niet voortdurend ‘aan’ hoeft te staan. Maar wat als je na je vakantie niet alleen wat druk bent, maar merkt dat de stressklachten meteen weer terugkomen?


Slecht slapen. Een opgejaagd gevoel. Piekeren. Prikkelbaarheid. Vermoeidheid. Een hoofd dat maar niet stil wordt.


Dan is dat geen teken dat je harder je best moet doen. Het is een signaal dat je lichaam aandacht nodig heeft.


Van overleven naar weer jezelf zijn


In mijn coaching kijken we daarom niet alleen naar je agenda of naar wat je anders zou moeten doen. We kijken naar het hele systeem: je brein, je stresssysteem, ontspanning, ademhaling, beweging en voeding.


Zodat je niet alleen leert omgaan met stress, maar weer leert herstellen, opladen en vertrouwen op je eigen lichaam. Want het doel is niet om nóg beter te leren functioneren onder stress. Het doel is dat je stress niet langer je leven bepaalt.


En misschien is dat wel het mooiste wat je na een vakantie kunt meenemen:


Niet alleen uitgerust terugkomen, maar leren hoe je die rust ook in je dagelijks leven kunt behouden.


Ik wil een kennismakingswandeling

Stress na de zomervakantie
Herstel van een burn-out
door Mark Popken • 29 september 2026
Herstel van een burn-out begint in het zenuwstelsel: waarom echte verandering pas mogelijk is als je eerst tot rust komt.
door Mark Popken • 16 september 2026
Het zit in de genen! Of staat het in de koelkast? “Het zit in de familie.” “Het is genetisch bepaald.” “Mijn vader had het ook” In mijn praktijk en om mij heen hoor ik deze uitspraken steeds vaker. Vooral van mensen die inmiddels de 40 zijn gepasseerd en die langzaam tegen hun eerste gezondheidsproblemen aanlopen. Een beginnende vorm van diabetes. Hoge bloeddruk. Darmklachten. Stressklachten. Gewrichtsproblemen. Artrose. Concentratieproblemen. Slaapproblemen. Huidproblemen. Overgewicht. Vermoeidheid. En zodra iemand vraagt hoe dat komt, ligt het antwoord vaak al klaar: “Ja, het zit in de familie.” Dit kan misschien zo zijn, maar daarmee is er nog geen verklaring gegeven dat de persoon in kwestie hier ook last van krijgt. Genen zijn geen vonnis Natuurlijk spelen genen een rol. De één heeft meer aanleg voor diabetes, de ander voor hart- en vaatziekten, weer een ander voor darm- of gewrichtsproblemen. Maar aanleg is iets anders dan dat iemands lot of gezondheid in de toekomst al vaststaat. Je kunt genetische aanleg hebben zonder ooit de aandoening te ontwikkelen. En precies daar wordt het interessant. Want wat gebeurt er als iemand met een bepaalde aanleg vervolgens jarenlang: Nauwelijks beweegt. Veel en vaak alcohol drinkt. Acht uur per dag zit. Weinig daglicht krijgt. Wel 10-30 eetmomenten per dag heeft. Sterk bewerkt voedsel eet. Een zwaar tekort aan vitamines, mineralen en nutriënten tot zich neemt. Structureel te weinig slaapt. Voortdurend onder mentale druk staat. En ondertussen steeds meer kilo’s aankomt? Etc. Is het dan logisch om alles onder het kopje “genetisch bepaald” te schuiven? De familie geeft veel meer door dan alleen DNA. Families geven namelijk niet alleen de genen genen, ze geven ook gewoontes en leefstijl door. Een vader die weinig beweegt, krijgt vaak een kind dat weinig bewegen normaal vindt. Een gezin waar elke avond alcohol op tafel staat, maakt van alcohol een normale dagelijkse gewoonte. Een huishouden waar groente en onbewerkte voeding nauwelijks voorkomen, geeft niet alleen DNA door, maar ook een slecht voedingspatroon. En een gezin dat leeft achter schermen, geeft zittend gedrag door als vanzelfsprekend. Wat we “familie” noemen, is dus deels genetica, maar deels ook gedrag dat generaties lang wordt doorgegeven.
Rust. Mijn opa had er geen app voor nodig.
door Mark Popken • 4 september 2026
Rust. Mijn opa had er geen app voor nodig.
Bekijk meer Blogs