Kinderen van nu versus kinderen uit 1980: Worden we als mens steeds zwakker?

Mark Popken • 19 mei 2026

Kinderen van nu versus kinderen uit 1980: Worden we als mens steeds zwakker?


“Ga buiten spelen!”


Voor kinderen uit de jaren ’80 was dat geen advies, maar simpelweg hoe de dag eruitzag. Fietsen naar school, hutten bouwen, urenlang buiten voetballen, tikkertje, bomen klimmen en zonder schermen de straat op. Je had nederland 1, 2 en 3 op televisie met in op woensdagmiddag en zaterdagmiddag iets voor de jeugd…. Waar je alleen naar mocht kijken als het buiten regende! Bewegen was vanzelfsprekend.


Maar hoe groot is het verschil eigenlijk met kinderen van nu?

En wat zegt dat over hun gezondheid, én die van ons als volwassenen?

Om dat te begrijpen, moeten we terug naar een bijzondere Nederlandse test: de MOPER-fitheidstest.


Wat was de MOPER-fitheidstest ook alweer?

De MOPER-test (MOtor PERformance) werd rond 1980 ontwikkeld om de motorische fitheid van de Nederlandse jeugd te meten. Het was een soort APK voor motoriek en conditie, met onderdelen zoals:


  • 10×5 meter sprint
  • 6- of 12‑minutenloop
  • Hangen met gebogen armen
  • Sit‑and‑reach (lenigheid)
  • Hoogspringen uit stand
  • Sneltikken
  • Kracht- en coördinatietesten


De uitslagen werden vergeleken met normtabellen per leeftijd en geslacht. Zo kreeg je een percentielscore:


  • Laagste 20% → zwak
  • Middenmoot → gemiddeld
  • Hoogste 20% → goed/uitstekend


Een fictief voorbeeld voor jongens van 12 jaar bij de 12‑minutenloop:


  • < 2200 meter → zwak
  • 2200–2500 meter → gemiddeld
  • 2500 meter → goed


Het was een eenvoudige, maar verrassend complete manier om de fysieke basis van kinderen in kaart te brengen.


Wat blijkt als je kinderen van 1980, 2006 en 2015/2017 vergelijkt?


Onderzoekers hebben de MOPER-test jarenlang gebruikt om generaties met elkaar te vergelijken. En de uitkomsten zijn opvallend consistent:

Kinderen van nu scoren op vrijwel alle onderdelen lager dan kinderen uit 1980.


De grootste dalingen werden gezien in:


  • Kracht (o.a. hangen met gebogen armen)
  • Sprint en agility
  • Sprongkracht
  • Lenigheid
  • Uithoudingsvermogen
  • Neuromotorische fitheid


En misschien wel het meest opvallend:

Zelfs kinderen zonder overgewicht scoren gemiddeld lager dan kinderen uit 1980. Het probleem is dus niet alleen gewicht, het zit veel dieper in de hedendaagse samenleving.


Waarom zijn kinderen minder fit geworden?

Onderzoekers noemen een aantal oorzaken die samen een duidelijk beeld schetsen:


1. Veel meer schermtijd

Telefoons, tablets, games en streaming hebben een groot deel van de buitenspeeltijd vervangen.


2. Minder buitenspelen

Waar kinderen vroeger vanzelf buiten waren, moet het nu vaak gepland worden.


3. Minder dagelijkse beweging

Meer auto’s, minder fietsen, minder lopen.


4. Minder vrije motorische ontwikkeling

Vroeger: klimmen, springen, rennen, vallen, opstaan.

Nu: georganiseerde sport, maar minder “ruwe” beweging.


5. Meer zittend gedrag

Op school én thuis.


6. Sport is vaker gespecialiseerd

Kinderen bewegen minder breed, terwijl brede motorische ontwikkeling cruciaal is.


Hoe groot is het verschil echt?

Onderzoekers zien dat de hele verdeling van fitheid is verschoven. Niet alleen de zwakste groep scoort lager, ook de middenmoot en zelfs een deel van de fitte groep.



Een scherpe, maar correcte conclusie:

Een gemiddeld kind uit 1980 zou vandaag waarschijnlijk bovengemiddeld scoren op veel motorische onderdelen.

Dat zegt veel over hoe onze leefstijl is veranderd en waar we als samenleving qua gezondheid op af stevenen.


Maar kinderen sporten toch nog steeds?


Ja, veel kinderen zitten op voetbal, hockey, turnen of dans, maar dat is niet genoeg om het verlies aan dagelijkse spontane beweging te compenseren.

Een kind kan dus prima twee keer per week sporten, maar tóch motorisch minder fit zijn dan een kind uit 1980 dat:


  • Elke dag fietste,
  • Buiten speelde,
  • Klom, rende, zwom en sprong,
  • En nauwelijks stilzat.


Sport is belangrijk, maar het is geen vervanging voor een actieve leefstijl.


Wat betekent dit voor de toekomst?


  • Motorische fitheid hangt samen met:
  • Zelfvertrouwen
  • Plezier in bewegen
  • Mentale gezondheid
  • Fysieke gezondheid
  • Blessuregevoeligheid
  • Deelname aan sport op latere leeftijd


Kinderen die zich motorisch onzeker voelen, gaan vaak minder bewegen.

En minder bewegen leidt uiteindelijk tot een verslechtering van gezondheid op alle vlakken.


En wat betekent dit voor volwassenen?

De trends die we bij kinderen zien, zie je ook bij volwassenen:


  • Meer zitten
  • Minder bewegen
  • Minder kracht
  • Minder uithoudingsvermogen
  • meer stress
  • Slechter herstel


Daarom werk ik in mijn praktijk niet alleen aan mentale coaching, maar ook aan fysieke basisfitheid, leefstijl en zelfs gezondheid op celniveau. Want gezondheid begint bij de basis.


Misschien hoeven we niet méér te sporten, maar moeten we anders gaan leven.


De grootste les uit de vergelijking met 1980 is niet dat kinderen vroeger “beter” waren.

Maar dat bewegen vroeger verweven zat in het dagelijks leven en niet als verplicht sportmoment, maar als normaal gedrag.


  • Meer lopen.
  • Meer fietsen.
  • Meer buiten.
  • Meer vrij bewegen.


Mijn overtuiging is dat daar ook vandaag nog steeds de sleutel ligt, voor kinderen én volwassenen.


Neem contact met mij op

Stress?
door Mark Popken 5 mei 2026
Stress in 2026: waarom steeds meer mensen vastlopen terwijl ze ogenschijnlijk alles op orde hebben Stress is allang niet meer alleen iets van mensen met een overvolle agenda of een zware baan. In 2026 zien we een opvallende ontwikkeling: steeds meer mensen ervaren stress terwijl hun leven aan de buitenkant juist prima lijkt te lopen. Ze hebben werk, een gezin, sportmomenten, sociale contacten en zijn vaak zelfs succesvol. Toch voelen ze zich moe, opgejaagd en leeg. Hoe kan dat? Stress ziet er tegenwoordig anders uit Veel mensen denken bij stress aan paniek, drukte of complete chaos. Maar moderne stress is vaak subtieler. Het zit niet altijd in teveel werk, maar in: Continu “aan” staan Altijd bereikbaar zijn Weinig echte rustmomenten Mentale overbelasting Het gevoel alles goed te moeten doen Te weinig controle ervaren over je eigen tijd Je hoeft dus geen overvol leven te hebben om stress te ervaren. Soms is het juist de combinatie van veel kleine prikkels die ongemerkt energie kost.
door Mark Popken 23 maart 2026
Stressmanagement begint niet bij gedrag. Het begint bij fysiologie. Veel organisaties investeren tegenwoordig in vitaliteitsprogramma’s, workshops timemanagement of coaching op mindset. Toch zien we een opvallende ontwikkeling: ondanks al deze inspanningen blijft het aantal mensen met stressklachten en burn-out stijgen. Volgens cijfers van TNO en CBS ervaart inmiddels bijna één op de vijf werknemers burn-outklachten. Stressgerelateerd verzuim behoort bovendien tot de langst durende en duurste vormen van ziekteverzuim. Waarom hebben veel interventies minder effect dan gehoopt? Het antwoord ligt vaak in een fundamentele misvatting over wat stress eigenlijk is. Stress is geen denkprobleem Stress wordt in veel organisaties vaak benaderd als een probleem van gedrag, planning of mindset. Denk aan adviezen in en focus op; • beter timemanagement • grenzen leren stellen • positiever denken • efficiënter werken Hoewel deze onderdelen in een later stadium bij mijn coachtrajecten zeker aan bod komen, starten we altijd bij de kern. Stress ontstaat in eerste instantie namelijk niet in het denken, maar in het lichaam. Het is een reactie van het autonome zenuwstelsel. Dit is het systeem dat alle automatische processen in ons lichaam regelt zoals hartslag, ademhaling, bloeddruk, hormonale reacties etc. etc. Wanneer medewerkers langdurig onder druk staan, ontstaan er meetbare fysiologische veranderingen: • het stresshormoon cortisol stijgt • de hartslagvariabiliteit (HRV) daalt • het herstelvermogen van het lichaam neemt af • concentratie en besluitvorming verslechteren • emoties worden reactiever Met andere woorden: het regulatiesysteem van het lichaam raakt uit balans. Als dat langere tijd aanhoudt, kan dat uiteindelijk leiden tot chronische stressklachten en uiteindelijk zelfs tot een burn-out.
door Mark Popken 26 januari 2026
De kikker in de pan: een pijnlijke maar herkenbare metafoor voor chronische stressklachten en een burn-out
Bekijk meer Blogs