De kikker in de pan: een pijnlijke maar herkenbare metafoor voor chronische stressklachten en een burn-out

Mark Popken • 26 januari 2026

De kikker in de pan: een pijnlijke maar herkenbare metafoor voor chronische stressklachten en een burn-out


Grote kans dat je het verhaal over de kikker in de pan wel eens gehoord hebt;


‘Een kikker die in een pan met koud water wordt gezet, springt er meteen uit zodra het water heet wordt. Maar als datzelfde water héél langzaam wordt verwarmd, blijft de kikker rustig zitten. Het voelt comfortabel. Veilig zelfs. Tot het moment waarop ontsnappen niet meer lukt en het water het kookpunt bereikt.’


Hoewel het verhaal biologisch niet helemaal klopt en een mythe blijkt te zijn, is de metafoor ijzersterk. Zeker als we kijken naar hoe mensen in een chronische stress en burn-out situatie belanden.

Burn-out en chronische stress ontstaan zelden plotseling


Niemand wordt op een dag ineens wakker met ernstige stressklachten of een burn-out. Het sluipt er langzaam in, net zoals dat langzaam warmer wordende water.


  • Een beetje drukker op het werk
  • Iets minder slaap
  • Minder tijd voor ontspanning
  • Toch maar ‘even’ doorgaan
  • Nog één project afronden


Het voelt allemaal behapbaar en je past je voortdurend aan doordat je flexibel en sterk bent. En juist dát is het gevaar.


Het comfort van gewenning


Wij zijn als mens heel adaptief, wat ervoor zorgt dat ons brein ontzettend goed is in gewenning (in zowel positieve als negatieve zin helaas). Wat eerst als stressvol voelt, wordt langzaam het nieuwe normaal. Wat eerst te veel was, wordt uiteindelijk ‘gewoon druk’.


Signalen zoals:


  • Vermoeidheid
  • Prikkelbaarheid
  • Slecht slapen
  • Concentratieproblemen
  • Lichamelijke klachten


…..........worden weggewuifd.


“Hoort erbij.”

“Na deze periode wordt het rustiger.”

“Anderen kunnen dit toch ook?”


Totdat het omslagpunt en het moment bereikt is waarop je niet meer kunt springen.


In een burn-out is uiteindelijk alle energie op.


Wat eerst nog lukte op wilskracht, lukt ineens niet meer:

  • Werken
  • Beslissingen nemen
  • Emoties reguleren
  • Herstellen na inspanning
  • Etc.


En dan is het water niet meer lauw, maar inmiddels kokend en krijg je normale taken niet meer gedaan waardoor ontsnappen uit deze situatie om een bewuste sprong en gewaagde sprong vraagt.


De belangrijkste les uit de metafoor?


  • Wacht niet tot het te heet is.
  • Spring over de rand voordat je gedwongen tot stilstand komt.


Herstel begint met het herkennen van de signalen en het erkennen dat het zo niet langer gaat. Dat voelt spannend en soms zelfs tegennatuurlijk om uit je comfortzone te springen.

Want springen betekent loslaten van oude patronen, weer grenzen gaan stellen en andere keuzes durfen te gaan maken.
Verandering is de enige weg richting een duurzaam herstel.
Herstellen uit een burn-out gaat niet alleen over rust, maar juist over opnieuw in beweging komen, maar dan op een andere manier.


Kleine stappen maken hierin een groot verschil


  • Wandelen zonder doel (en zonder te luisteren naar een podcast)
  • Creatief bezig zijn
  • Ademhaling en ontspanning
  • Betekenisvolle gesprekken
  • Activiteiten ondernemendie energie géven in plaats van kosten


Coaching kan net dat zetje in de rug zijn om over de rand van de pan te springen;


  • Patronen te herkennen voordat ze je uitputten
  • Niet helpende gedachten de baas te worden
  • Woorden te geven aan wat je voelt
  • Jezelf weer op 1 zetten en goed voor jezelf zorgen
  • Grenzen opnieuw te leren voelen én aangeven
  • Stap voor stap terug te keren naar balans


Een goede coach ‘fixed’ niet je problemen, maar leert je om weer de regie te nemen.

Tot slot


De mythe over de kikker in de pan leert ons één hele belangrijke les: Het gevaar zit vaak niet in de hitte zelf, maar aan het feit dat het water heel langzaam en geleidelijk warmer wordt en dat we daaraan wennen.


Vraag je jezelf weleens af:

  • Hoe warm is mijn water eigenlijk?
  • Welke signalen negeer ik al te lang?
  • En wat zou mijn eerste kleine sprong kunnen zijn?


Je hoeft niet te wachten tot het kookpunt bereikt is, je mag eerder kiezen voor jezelf. En als ik je daarbij kan helpen, ga ik graag het gesprek met je aan! Een eerste stap is om een vrijblijvend kennismakingsgesprek in te plannen!


Neem contact met mij op

De kikker, de pan en de weg naar een duurzaam herstel uit een burn-out.
door Mark Popken 16 september 2026
Het zit in de genen! Of staat het in de koelkast? “Het zit in de familie.” “Het is genetisch bepaald.” “Mijn vader had het ook” In mijn praktijk en om mij heen hoor ik deze uitspraken steeds vaker. Vooral van mensen die inmiddels de 40 zijn gepasseerd en die langzaam tegen hun eerste gezondheidsproblemen aanlopen. Een beginnende vorm van diabetes. Hoge bloeddruk. Darmklachten. Stressklachten. Gewrichtsproblemen. Artrose. Concentratieproblemen. Slaapproblemen. Huidproblemen. Overgewicht. Vermoeidheid. En zodra iemand vraagt hoe dat komt, ligt het antwoord vaak al klaar: “Ja, het zit in de familie.” Dit kan misschien zo zijn, maar daarmee is er nog geen verklaring gegeven dat de persoon in kwestie hier ook last van krijgt. Genen zijn geen vonnis Natuurlijk spelen genen een rol. De één heeft meer aanleg voor diabetes, de ander voor hart- en vaatziekten, weer een ander voor darm- of gewrichtsproblemen. Maar aanleg is iets anders dan dat iemands lot of gezondheid in de toekomst al vaststaat. Je kunt genetische aanleg hebben zonder ooit de aandoening te ontwikkelen. En precies daar wordt het interessant. Want wat gebeurt er als iemand met een bepaalde aanleg vervolgens jarenlang: Nauwelijks beweegt. Veel en vaak alcohol drinkt. Acht uur per dag zit. Weinig daglicht krijgt. Wel 10-30 eetmomenten per dag heeft. Sterk bewerkt voedsel eet. Een zwaar tekort aan vitamines, mineralen en nutriënten tot zich neemt. Structureel te weinig slaapt. Voortdurend onder mentale druk staat. En ondertussen steeds meer kilo’s aankomt? Etc. Is het dan logisch om alles onder het kopje “genetisch bepaald” te schuiven? De familie geeft veel meer door dan alleen DNA. Families geven namelijk niet alleen de genen genen, ze geven ook gewoontes en leefstijl door. Een vader die weinig beweegt, krijgt vaak een kind dat weinig bewegen normaal vindt. Een gezin waar elke avond alcohol op tafel staat, maakt van alcohol een normale dagelijkse gewoonte. Een huishouden waar groente en onbewerkte voeding nauwelijks voorkomen, geeft niet alleen DNA door, maar ook een slecht voedingspatroon. En een gezin dat leeft achter schermen, geeft zittend gedrag door als vanzelfsprekend. Wat we “familie” noemen, is dus deels genetica, maar deels ook gedrag dat generaties lang wordt doorgegeven.
Rust. Mijn opa had er geen app voor nodig.
door Mark Popken 4 september 2026
Rust. Mijn opa had er geen app voor nodig.
Stress na de vakantie
door Mark Popken 31 augustus 2026
Je bent uitgerust na de vakantie. Waarom voelt werken dan ineens zo zwaar?
Bekijk meer Blogs